Paragraaf A: Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf A: Lokale heffingen - Inleiding

De lokale heffingen vormen een belangrijke bron van inkomsten en zijn onderdeel van de gemeentelijke beleidsvrijheid. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in heffingen waarbij de besteding van de opbrengsten vrij is (de zogenaamde belastingen) en heffingen waarbij de opbrengst gebonden is (zogenaamde heffingen, leges en retributies). Deze paragraaf geeft inzicht in het beleid van de gemeentelijke belastingen en heffingen voor 2026. Tevens wordt een raming afgegeven van de verwachte opbrengsten, gebaseerd op de in de kadernota 2026 opgenomen uitgangspunten. De vaststelling van de tarieven gebeurt niet bij de begroting maar separaat bij de vaststelling van de belastingverordeningen 2026. 

Achtereenvolgens komen aan de orde:
1 tarievenbeleid
2 Hoofdlijnen per belastingsoort
2.1 Afvalstoffenheffing
2.2 Leges
2.3 Begraafplaatsrechten
2.4 Marktgelden
2.5 Onroerende-zaakbelastingen
2.6 Rioolheffing
2.7 Toeristenbelasting
2.8 Bedrijven investeringszones
3 Overzichten
3.1 Opbrengstenoverzicht
3.2 Overzicht Kostendekkendheid leges.
4 Kwijtscheldingsbeleid
5 Lokale lastendruk

1. Tarievenbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf A: Lokale heffingen - 1. Tarievenbeleid

Berekende tarieven over heffingen en leges kunnen leiden tot tarieven van centen achter de komma. Op dit punt is er al een staande praktijk van afronding naar beneden op 5 cent, 
10 cent of hele euro’s afhankelijk van de belastingsoort. De variabele tarieven van de afvalstoffenheffing worden niet afgerond. Om te voorkomen dat lagere tarieven door de afronding nooit tot een verhoging komen vindt indexering plaats op de niet afgeronde tarieven 2025.

Afvalstoffen- en rioolheffing
Het uitgangspunt bij de riool- en afvalstoffenheffing is dat de heffingen kostendekkend zijn ten aanzien van de toegerekende kosten zonder dat de voorziening negatief wordt. Mocht er in een jaar minder uitgegeven zijn dan dat er aan heffingen binnen is gekomen dan wordt het teveel ontvangen bedrag gestort in de voorziening afval c.q. riool. 

Onroerende zaakbelasting
Voor de OZB is per 2026 een stijging nodig van 4,2% om de korting op de algemene uitkering door het Rijk te kunnen compenseren. Dit percentage is gebaseerd op de pNB (prijs Nationale Bestedingen) en is vermeld in het Centraal Economisch Plan van maart 2025 van het Centraal Planbureau. Daarnaast worden de opbrengsten verhoogd in verband met verwachte areaaluitbreiding. Deze extra opbrengst volgt niet uit een verhoging van het tarief, maar door toename van het aantal WOZ objecten door nieuwbouw. 

Toeristenbelasting en lijkbezorgingsrechten
De overige lokale heffingen binnen de gemeente Heiloo zijn de toeristenbelasting en de lijkbezorgingsrechten. De tarieven voor de toeristenbelasting en lijkbezorgingsrechten worden geïndexeerd met 2,6%. Dit percentage betreft de consumentenprijsindex (CPI), gebaseerd op de verwachting van het Centraal Planbureau (CPB).

2. Hoofdlijnen per belastingsoort

Terug naar navigatie - Paragraaf A: Lokale heffingen - 2. Hoofdlijnen per belastingsoort

2.1 Afvalstoffenheffing

Terug naar navigatie - Paragraaf A: Lokale heffingen - 2.1 Afvalstoffenheffing

Het ophalen van huishoudelijk afval is een taak die de Gemeente Heiloo kostendekkend wil uitvoeren. Vertrekpunt is dat de kosten die toegerekend kunnen worden, ook daadwerkelijk onderdeel van het tarief uitmaken Tot de kosten voor het inzamelen en verwerken van de afvalstoffen behoren de directe kosten inclusief fte en overhead en tevens een aandeel in de kosten van de BTW. Het niet doorrekenen van BTW leidt namelijk tot een extra nadeel in de vorm van een korting op de algemene uitkering.

Vanaf 2021 wordt de opbrengst van de afvalstoffenheffing gebaseerd op een vaste en een variabele component. De hoogte van de vaste heffing is afhankelijk van de omvang van het huishouden en de hoogte van de variabele heffing is afhankelijk van het aantal malen dat er restafval wordt aangeboden. Door de invoering van een vast tarief en een variabel tarief is er sprake van een financiële prikkel tot afvalscheiding.

Belastingplichtigen en heffingsgrondslag
Belastingplichtig is de gebruiker van een perceel waar de gemeente een inzamelplicht heeft voor huishoudelijke afvalstoffen.
De afvalstoffenheffing kent, buiten de tarieven voor het afhalen van grofvuil aan huis, een tweetal vaste tarieven, een tarief voor:

  • éénpersoonshuishoudens;
  • twee- of meerpersoonshuishoudens.

Daarnaast is er sprake van een variabele component van de afvalstoffenheffing in de vorm van een tarief per containerlediging of inworp per afvalzak in een verzamelcontainer. De laagbouw heeft een PMD minicontainer aan huis. Omdat de hoogbouw dit niet heeft en daardoor PMD met het restafval wordt aangeboden, wordt op het tarief per inworp in een trommel van een verzamelcontainer een korting toegepast.

Het variabele gedeelte van de heffing wordt opgenomen in de ‘gecombineerde aanslag’ in het jaar, volgend op het jaar waarin de ledigingen of inworpen hebben plaatsgevonden.

Kerncijfers
In de berekening van de opbrengst in relatie tot de kostendekkendheid wordt uitgegaan van het aantal eenpersoons- en twee- of meerpersoonshuishoudens. In deze aantallen wordt de komende jaren een lichte groei verwacht.

Opbrengsten
De opbrengsten voor 2026 tot en met 2029 als volgt geraamd:

Met de voorgestelde tarieven op basis van indexering met de CPI wordt een kostendekkendheid beoogd van 100%. 

Vaste heffing bedragen x €
2025
2026
Eénpersoonshuishouden
196,00
199,00
Meerpersoonshuishouden
308,00
313,00
Variabele heffing bedragen x €
2025
2026
Per lediging container 140 liter
3,71
3,77
Per lediging container 240 liter
6,36
6,46
Per inworp trommel 30 liter
0,54
0,55
Per inworp trommel 60 liter
1,08
1,10
Bedragen x € 1
2026
2027
2028
2029
Afvalstoffenheffing
3.463.000
3.532.000
3.599.000
3.675.000
Kostendekkendheid afvalstoffenheffing
Begroting
Bedragen x € 1
2026
Kosten taakveld afval, incl. (omslag)rente
2.745.000
Inkomsten, excl. heffingen
525.000
Netto kosten
2.220.000
Toe te rekenen kosten:
BTW
333.000
toegerekende overhead
707.000
Dubieuze debiteuren 1%
35.000
Storting in voorziening
101.000
A Totale kosten
3.396.000
Opbrengst heffingen
3.036.000
Opbrengst variable heffing
428.000
Kwijtschelding
68.000
B Totale opbrengsten
3.396.000
B-A opbrengsten minus kosten
0
Onttrekking voorziening
0
Dekkingspercentage (B/A)
100%

2.2 Leges

Terug naar navigatie - Paragraaf A: Lokale heffingen - 2.2 Leges

Belastingplichtigen en heffingsgrondslag
Leges kunnen worden geheven voor van gemeentewege verleende diensten. De diverse diensten waarvoor leges zijn verschuldigd zijn opgenomen in de tarieventabel behorende bij de legesverordening.

Kosten en opbrengsten
De opbrengsten betreffen de verwachte inkomsten in 2025, zoals opgenomen in het financieel systeem. De kosten bestaan uit verschillende componenten:

  • de directe kosten die aan het product zijn te relateren\(bijvoorbeeld afdracht aan Rijk voor een geleverd paspoort);
  • de directe apparaatskosten (de salarislasten van het personeel dat direct aan het product werkt);
  • de toegerekende overhead.

Door de berekende kosten af te zetten tegen de begrote opbrengsten, kan de kostendekkendheid worden bepaald.

Kostendekkendheid en transparantie
De legestarieventabel is in 2024 geactualiseerd en waar mogelijk geharmoniseerd voor de BUCH-gemeenten. Dit heeft geleid tot een uniforme tarieventabel. Verder is een onderzoek uitgevoerd naar de kostenonderbouwing voor de gezamenlijke BUCH-gemeenten.

Landelijk zijn de leges verdeeld in 3 hoofdstukken. Alle hoofdstukken tezamen mogen uiteindelijk maximaal 100% kostendekkend zijn. Verdere uitwerking hiervan is per hoofdstuk en onderverdeling in paragrafen opgenomen in het onder 3.2 weergegeven overzicht

2.3 Begraafplaatsrechten

Terug naar navigatie - Paragraaf A: Lokale heffingen - 2.3 Begraafplaatsrechten

Belastingplichtigen en heffingsgrondslag
De rechten worden geheven voor onder meer het begraven van personen en voor het onderhoud van de begraafplaatsen. De tarieven voor de afzonderlijke belastbare feiten zijn opgenomen in de tarieventabel behorende bij de verordening lijkbezorgingrechten. 

Het uitgangspunt voor de tarieven van de lijkbezorgingrechten is kostendekking op de tarieven die betrekking hebben op:
•    De uitgifte van graven (inclusief grafonderhoud);
•    Het begraven;
•    De algemene kosten voor het in stand houden (groenbeheer) van de gemeentelijke begraafplaatsen.


Kerncijfers en areaal
De kerncijfers bestaan hoofdzakelijk uit het aantal meerjarige rechten op graven, het aantal begravingen en bijzettingen per jaar en het aantal onderhoudsrechten op graven en dergelijke.

De beheerskosten van de begraafplaatsen zijn hoger dan de inkomsten. Dit is in overeenstemming met het beleidsplan begraafplaatsen.

Opbrengsten
Rekening houdend met het uitgangspunt van 2,6% stijging van de opbrengsten worden de begrote opbrengsten als volgt geraamd:

Bedragen x € 1
2026
2027
2028
2029
Begraafplaatsrechten
151.000
151.000
151.000
151.000
Kostendekkendheid begraafplaatsrechten
Begroting
Bedragen x € 1
2026
Kosten, incl. (omslag)rente
238.000
Inkomsten, excl. Heffingen
35.000
Netto kosten
203.000
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente
158.000
Overige toe te rekenen kosten
0
A Totale kosten
361.000
Opbrengsten heffingen
B Totale opbrengsten
151.000
Dekkingspercentage B/A
42%

2.4 Marktgelden

Terug naar navigatie - Paragraaf A: Lokale heffingen - 2.4 Marktgelden

Belastingplichtigen en heffingsgrondslag
Voor het innemen van een standplaats op markten wordt marktgeld geheven. De berekening van de hoogte van het marktgeld wordt gedaan naar strekkende meters van de kraam.

Zoals uit het volgende overzicht blijkt zijn de kosten van de markten hoger dan de inkomsten, van volledige kostendekking is geen sprake. Gelet op de huidige situatie van het marktwezen wordt het niet mogelijk geacht de mate van kostendekkendheid te verhogen.

Bedragen x € 1
2026
2027
2028
2029
Marktgeld
34.000
34.000
34.000
34.000
Kostendekkendheid marktgelden
Begroting
Bedragen x € 1
2026
Kosten, incl. (omslag)rente
26.000
Inkomsten, excl. Heffingen
3.000
Netto kosten
23.000
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente
19.000
Overige toe te rekenen kosten
0
A Totale kosten
42.000
Opbrengsten heffingen
B Totale opbrengsten
34.000
Dekkingspercentage B/A
81%

2.5 Onroerende-zaakbelastingen (OZB)

Terug naar navigatie - Paragraaf A: Lokale heffingen - 2.5 Onroerende-zaakbelastingen (OZB)

Onder de naam onroerende zaakbelastingen kunnen een drietal belastingen worden geheven;

  • een belasting voor eigenaren van woningen;
  • een belasting voor eigenaren van niet-woningen;
  • een belasting voor gebruikers van niet-woningen.

Belastingplichtigen en heffingsgrondslag
Onroerende zaakbelasting wordt geheven van eigenaren van woningen en van eigenaren van niet-woningen. De heffing van OZB van gebruikers van niet-woningen is in Heiloo per 2022 afgeschaft. Daarbij is de opbrengst van de gebruikersbelasting opgenomen in de OZB opbrengst van eigenaren van niet-woningen. 

De onroerende zaakbelastingen voor het eigendom van woningen en niet-woningen worden geheven van degene die op 1 januari van het belastingjaar in het Kadaster bekend staat als de zakelijk gerechtigde van de onroerende zaak. De hoogte van de aanslag 2026 is afhankelijk van de WOZ-waarde op de waardepeildatum. Dit betreft de verkoopwaarde van de onroerende zaak per 1 januari van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar, in dit geval 1 januari 2025. De waarde van de onroerende zaken wordt bepaald en vastgesteld onder het regime van de Wet WOZ. Deze waarde, vermenigvuldigd met een percentage daarvan (het tarief) vormt het aanslagbedrag OZB.

Uitgangspunt is dat de OZB opbrengsten worden verhoogd  op basis van de pNB (prijs Nationale Bestedingen) over het vorige jaar om budgetneutraal te blijven ten aanzien van de korting op de algemene uitkering door het Rijk. Deze pNB (2024 = 4,2%) is medio februari 2025 gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB (Centraal Planbureau). Daarnaast worden de opbrengsten verhoogd in verband met verwachte areaaluitbreiding. Dit wordt niet gerealiseerd door een verhoging van het tarief, maar door toename van het aantal WOZ objecten door nieuwbouw. 

Kerncijfers, waardeontwikkeling en areaal
De kerncijfers voor de bepaling van de te verwachten opbrengst van de onroerende zaakbelastingen betreffen het aantal woningen, het aantal niet-woningen, de totaalwaarde van de woningen, de totaalwaarde van de niet-woningen en de vrijstellingen. 

In Heiloo is de heffing van OZB van gebruikers van niet-woningen per 2022 afgeschaft onder gelijktijdige evenredige verhoging van het tarief voor eigenaren van niet-woningen. Hierdoor zijn 2 kerncijfers niet meer van invloed op de tariefstelling. Dit is het percentage leegstand en de omvang van de OZB-vrijstelling op woondelen bij niet-woningen. Voor de OZB-eigenaren opbrengst zijn beide factoren niet relevant.

Opbrengsten
Uitgangspunt is dat de OZB opbrengsten worden verhoogd op basis van de pNB (prijs Nationale Bestedingen) over het vorige jaar om budgetneutraal te blijven ten aanzien van de korting op de algemene uitkering door het Rijk. Deze pNB (2024 = 4,2%) is medio februari 2025 gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB (Centraal Planbureau). Daarnaast worden de opbrengsten verhoogd in verband met verwachte areaaluitbreiding. Dit wordt niet gerealiseerd door een verhoging van het tarief, maar door toename van het aantal WOZ objecten door nieuwbouw.

Rekening houdend met de hierboven benoemde uitgangspunten worden de begrote opbrengsten exclusief areaaluitbreiding als volgt geraamd waarbij ten aanzien van de aangegeven opbrengsten voor de jaren 2027, 2028 en 2029 indexatie op basis van de  pNB wordt toegepast.

Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Eigenaren woningen
5.875
5.875
5.875
5.875
Eigenaren niet-woningen
1.812
2.062
2.062
2.062
Totaal OZB
7.687
7.937
7.937
7.937

2.6 Rioolheffing

Terug naar navigatie - Paragraaf A: Lokale heffingen - 2.6 Rioolheffing

Doel van de rioolheffing is om de kosten te dekken met betrekking tot de afvoer van afvalwater, hemelwater en het beheer van het grondwaterpeil. Doorbelast worden de kosten van riool inclusief omslagrente, personeel, overhead en BTW. Er vindt geen doorbelasting plaats van straatreiniging, onkruidbestrijding en beschoeiingen. In het in juni 2023 aangenomen Programma Water en Riolering (PWR) is opgenomen dat baggeren voor 50% wordt doorbelast. Deze kosten houden meer dan zijdelings verband met de taken waarvoor de rioolheffing wordt ingesteld. Door te baggeren blijft het riool schoner.

Belastingplichtigen en heffingsgrondslag
Rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een object van waaruit direct of indirect water wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering. De heffingsgrondslag voor de rioolheffing heeft een relatie met het afgevoerde water dat vanuit het object wordt afgevoerd.

Als gedurende het boekjaar sprake is van overdekking (meer werkelijke opbrengsten dan toegerekende kosten) wordt het meerdere in de egalisatievoorziening gestort. Daarentegen wordt bij een onderdekking (meer toegerekende kosten dan werkelijke opbrengsten) het verschil aan de egalisatievoorziening onttrokken.

Kerncijfers (areaal)
In de berekening van de opbrengst wordt uitgegaan van 11.311 eenheden.

Tarieven
Er is sprake van een gedifferentieerd tarievenstelsel waarbij 300 m3 waterverbruik het uitgangspunt vormt voor het basistarief. Veruit de meeste woningen vallen onder deze eerste eenheid. Verder is er sprake van een tarief voor afgevoerd afvalwater van:

  • 300 tot 500 kubieke meters;
  • 500 tot 1000 kubieke meters;
  • 1000 tot 2000 kubieke meters;
  • meer dan 2000 kubieke meters;
  • elke extra 1000 kubieke meters boven de 2000.

Door de keuze van een spaarvoorziening voor duurzame financiering dienen de in PWR opgenomen tarieven onder toepassing van jaarlijkse indexatie gevolgd te worden. Indexatie van het tarief 2025 van € 222,00 met de consumentenprijsindex van 2,6%  leidt tot een basistarief van € 228,00 voor 2026.

Opbrengsten
Rekening houdend met een gelijkblijvend areaal zoals genoemd bij de kerncijfers en een positief blijvende voorziening worden de opbrengsten voor 2026 tot en met 2029 als volgt geraamd:

Bedragen x €
2026
2027
2028
2029
Rioolheffing
2.669.000
2.739.000
2.810.000
2.880.000
Kostendekkendheid rioolheffing
Begroting
Bedragen x € 1
2026
Kosten taakveld afval, incl. (omslag)rente
1.820.000
Inkomsten, excl. heffingen
-5.000
Netto kosten
1.815.000
Toe te rekenen kosten:
Overhead incl. (omslag)rente
268.000
Doorberekening baggerkosten
15.000
Extra rente (1,0%)
149.000
BTW
226.000
Storting in voorziening
146.000
Totale kosten
2.619.000
Opbrengst heffingen
2.669.000
Kwijtschelding
50.000
Totale opbrengsten
2.619.000
Dekkingspercentage
100%

2.7 Toeristenbelasting

Terug naar navigatie - Paragraaf A: Lokale heffingen - 2.7 Toeristenbelasting

Belastingplichtigen en heffingsgrondslag
De toeristenbelasting wordt geheven voor het tegen betaling overnachten in de gemeente door personen die geen inwoner van de gemeente zijn. De belasting wordt geheven van degene die gelegenheid tot nachtverblijf biedt. De aanslagoplegging voor de toeristenbelasting vindt na afloop van het belastingjaar plaats, op basis van de ingediende aangiften.

Kerncijfers en areaal
Sinds een aantal jaren is het aanbieden van verblijf via internet aanzienlijk toegenomen. In de uitvoering van de toeristenbelasting wordt periodiek gecontroleerd op de juistheid en volledigheid van de gevoerde verblijfsadministraties door de aanbieders van verblijf.

Opbrengsten
Rekening houdend met het bovengenoemde worden de begrote opbrengsten voor 2026 tot en met 2029 als volgt geraamd:

Tarief
Aan de raad wordt net als voorgaande jaren een apart besluit voorgelegd om de verordening en daarmee het tarief toeristenbelasting 2026 vast te stellen.

Bedragen x €
2026
2027
2028
2029
Toeristenbelasting
54.556
54.556
54.556
54.556

2.8 Bedrijven investeringszone (BIZ)

Terug naar navigatie - Paragraaf A: Lokale heffingen - 2.8 Bedrijven investeringszone (BIZ)

De gemeente faciliteert BIZ-organisaties door de BIZ-bijdragen te innen op basis van BIZ-verordeningen. In 2021 is op initiatief van de ondernemers in het stationscentrum in Heiloo een bedrijveninvesteringszone ingevoerd. De Verordening BIZ stationscentrum is per 2024 vernieuwd met een looptijd van 5 jaar. Het tarief van deze BIZ-bijdrage betreft een vast bedrag van  € 480,00 per jaar. De opbrengsten worden, na aftrek van de perceptiekosten, in de vorm van subsidies uitgekeerd aan de BIZ-vereniging die de activiteiten namens de ondernemers uitvoeren. De ondernemers bepalen zelf de activiteiten. De gemeenteraad moet hierbij wel instemmen en toetsen op het algemeen belang in de openbare ruimte.

3. Overzichten

Terug naar navigatie - Paragraaf A: Lokale heffingen - 3. Overzichten

x

3.1 Opbrengstenoverzicht

Terug naar navigatie - Paragraaf A: Lokale heffingen - 3.1 Opbrengstenoverzicht
PO
Grootboek
Omschrijving
Begroot 2026
Begroot 2027
Begroot 2028
Begroot 2029
1a
6020010
Rijbewijzen
132.000
151.000
148.000
154.000
1a
6020020
Burgerlijke stand
21.000
21.000
21.000
21.000
1a
6020030
Reisdocumenten
360.000
407.000
345.000
131.000
1a
6020050
Diverse leges
13.000
10.000
10.000
10.000
1a
6020070
Naturalisaties
25.000
25.000
25.000
25.000
1a
6020080
Verklaring Omtrent Gedrag VOG
3.000
2.000
2.000
2.000
1b
6660400
Gehandicapten parkeerkaarten
15.000
15.000
15.000
15.000
2a
6570400
Evenementen en volksfeesten
2.000
2.000
2.000
2.000
2b
6330100
Inkomsten Markten
34.000
34.000
34.000
34.000
3a
6810100
Bestemmingsplannen
2.000
2.000
2.000
2.000
3a
6830500
Leges omgevingsvergunningen
792.000
565.000
565.000
565.000
3b
6720100
Baten Rioolheffing
2.669.000
2.739.000
2.810.000
2.880.000
3b
6730100
Baten Afvalstoffenheffing
3.463.000
3.532.000
3.599.000
3.675.000
3c
6210800
Leges kabels en leidingen
153.000
159.000
160.000
160.000
3c
6750100
Baten begraafplaatsrechten
151.000
151.000
151.000
151.000
4a
6061100
Baten OZB woningen
5.875.000
5.875.000
5.875.000
5.875.000
4a
6062100
Baten OZB bedrijven
1.812.000
2.062.000
2.062.000
2.062.000
15.522.000
15.752.000
15.826.000
15.764.000

3.2 Kostendekkendheid leges

Terug naar navigatie - Paragraaf A: Lokale heffingen - 3.2 Kostendekkendheid leges

De legestarieventabel is verdeeld in 3 hoofdstukken. De afzonderlijke hoofdstukken zijn onderverdeeld in verschillende paragrafen.

Hoofdstuk 1 betreft leges voor algemene dienstverlening, zoals aanvragen voor rijbewijzen, reisdocumenten en uittreksels.

Hoofdstuk 2 betreft leges voor dienstverlening in het kader van de Omgevingswet. De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, erfgoed, milieu, natuur en water.

Hoofdstuk 3 betreft dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. Dit betreffen leges voor de behandeling van aanvragen van vergunningen ten behoeve van dienstverrichters of dienstverleners.

De leges mogen “overall” op het niveau van de gehele verordening maximaal 100% kostendekkend zijn. Dit betekent dat (met uitzondering van hoofdstuk 3) een onderdekking op het ene hoofdstuk gecompenseerd mag worden met een overdekking op een ander hoofdstuk. De volgende tabel geeft de kostendekkendheid van de leges in Heiloo weer:

Onderwerp legesverordening
Directe kosten
Loonkosten
Overhead
Opbrengst
Kostendekkendheid
Hoofdstuk 1 - Algemene dienstverlening
Paragraaf 1.1 - Burgerlijke stand
4.886
19.857
15.906
20.737
51,02%
Paragraaf 1.2 - Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
191.999
123.860
99.208
360.356
86,82%
Paragraaf 1.3 - Rijbewijzen
41.895
68.695
55.013
132.172
79,81%
Paragraaf 1.4 - Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens
6.405
5.134
9.175
79,51%
Paragraaf 1.5 - Bestuursstukken
Paragraaf 1.6 - Vastgoedinformatie
Paragraaf 1.7 - Overige publiekszaken
1.693
1.633
1.309
3.472
74,92%
Paragraaf 1.8 - Gemeentearchief
Paragraaf 1.9 - Bijzondere wetten
13.500
80.020
61.219
170.276
110,04%
Paragraaf 1.10 - Diversen
3.057
2.155
3.410
65,44%
Totaal hoofdstuk 1
253.972
303.527
239.944
699.598
87,73%
Hoofdstuk 2 - Omgevingswet
Paragraaf 2.1 - Algemene bepalingen
Paragraaf 2.2 - Voorfase
25.407
15.792
16.712
40,57%
Paragraaf 2.3 - Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
48.308
306.692
190.618
731.532
134,07%
Paragraaf 2.4 - Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
Paragraaf 2.5 - Milieubelastende activiteiten
Paragraaf 2.6 - Lozingsactiviteiten
Paragraaf 2.7 - Aanlegactiviteiten
11.651
7.242
4.206
22,26%
Paragraaf 2.8 - Overige activiteiten
4.510
2.804
1.500
20,51%
Paragraaf 2.9 - Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten
Paragraaf 2.10 - Gelijkwaardigheid
Paragraaf 2.11 - Overige tarieven
Paragraaf 2.12 - Modaliteiten
129.366
73.144
56.371
27,84%
Paragraaf 2.13 - Vermindering
4.059
2.523
-16.860
-256,15%
Paragraaf 2.14 - Teruggaaf
Totaal hoofdstuk 2
48.308
481.685
292.123
793.461
96,51%
Hoofdstuk 3 - Europese dienstenrichtlijn
Paragraaf 3.1 - Horeca
3.518
2.414
3.283
55,36%
Paragraaf 3.2 - Seksbedrijven
Paragraaf 3.3 - Winkeltijdenwet
Paragraaf 3.4 - Organiseren evenement of markt
11.152
7.654
1.525
8,11%
Paragraaf 3.5 - Standplaatsen
476
327
319
39,68%
Paragraaf 3.6 - Huisvestingswet 2014
Paragraaf 3.7 - In dit hoofdstuk niet benoemd besluit
1.295
970
1.183
52,23%
Totaal hoofdstuk 3
16.441
11.365
6.310
22,69%
Totaal
302.280
801.653
543.432
1.499.369
91,02%
Recapitulatie Hoofdstuk 1, 2 en 3
Directe kosten
Loonkosten
Overhead
Opbrengst
Kostendekkendheid
Kostendekking Hoofdstuk 1
253.972
303.527
239.944
699.598
87,73%
Kostendekking Hoofdstuk 2
48.308
481.685
292.123
793.461
96,51%
Kostendekking Hoofdstuk 3
16.441
11.365
6.310
22,69%
Kostendekking totale tarieventabel
302.280
801.653
543.432
1.499.369
91,02%

4. Kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf A: Lokale heffingen - 4. Kwijtscheldingsbeleid

Voor de afvalstoffen- en rioolheffing bestaat de mogelijkheid om op basis van het “Besluit kwijtschelding gemeentelijke belastingen Heiloo 2025” een kwijtscheldingsverzoek in te dienen. In Heiloo wordt bij de kwijtschelding afgeweken van de normen zoals deze zijn opgenomen in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Hierin zijn in artikel 16, tweede lid, onderdelen a en b, de kosten van bestaan gesteld op 90% van de bijstandsnorm. Heiloo gaat echter uit van de meest ruime, de zogenaamde 100% norm. Dit houdt in, dat kwijtschelding wordt verleend aan belastingschuldigen die een inkomen hebben dat op of onder 100 procent van de landelijk geldende bijstandsnorm ligt. De kwijtschelding wordt opgevangen binnen de kostendekking van met name afvalstoffen- en rioolheffing.

Kwijtschelding wordt zoveel mogelijk automatisch verleend. Dit gebeurt middels een automatische koppeling met landelijke inkomens- en vermogensgegevens door het Inlichtingenbureau met belastingplichtigen die hiervoor toestemming hebben gegeven. 

Kerncijfers
Naast de toegekende gehele kwijtschelding bestaat er een variatie in gedeeltelijk toegekende verzoeken waarbij een percentage van de aanslag wordt kwijtgescholden. Om deze reden wordt niet uitgegaan van het totale aantal toekenningen maar van de bedragen kwijtschelding riool- en afvalstoffenheffing.

Rekening houdend met een gelijkblijvend aantal toekenningen worden de uitgaven voor 2026 tot en met 2029 als volgt geraamd:

Bedragen x €
2026
2027
2028
2029
Kwijtschelding riool
50.000
50.000
50.000
50.000
Kwijtschelding afval
68.000
68.000
68.000
68.000

5. Lokale lastendruk

Terug naar navigatie - Paragraaf A: Lokale heffingen - 5. Lokale lastendruk

De lokale woonlasten worden bepaald door de afvalstoffenheffing, de OZB en de rioolheffing. De hoogte van deze belasting en heffingen tezamen, wordt geduid met het begrip “lokale lastendruk” De lokale lastendruk wordt bijgehouden door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) In dit artikel zijn de meest recente gegevens gebruikt, afkomstig uit de door het COELO gepubliceerde atlas van de lokale lasten 2025.

De lokale lastendruk (2025) in Heiloo bedraagt gemiddeld voor een:

  • één persoonshuishouden met eigen woning € 1.008, in 2024 was dat € 891 en in 2023 was dat € 831. 
  • meerpersoonshuishouden met eigen woning € 1.143, in 2024 was dat € 1.023 en in 2023 was dat € 955. 
  • één persoonshuishouden met een huurwoning € 441, in 2024 was dat € 432 en in 2023 was dat € 409; 
  • meerpersoonshuishouden met een huurwoning € 577, in 2024 was dat € 564 en in 2022 was dat € 532. 

 

Woonlasten 2025 en rangnummers landelijk

Terug naar navigatie - Paragraaf A: Lokale heffingen - Woonlasten 2025 en rangnummers landelijk

De gemeentelijke woonlasten voor huishoudens met een koopwoning en een huurwoning zijn door het COELO in beeld gebracht en in een landelijke ranglijst opgenomen. De gemeente op nummer 1 van de ranglijst heeft de laagste woonlasten, de gemeente op nummer 346 de hoogste. Heiloo bezet in de landelijke ranglijst van gemeentelijke woonlasten 2025 de volgende plaatsen:

  • meerpersoonshuishouden met een eigen woning: plaats 266, in 2024 was dat plaats 215, in 2023 plaats 187 en in 2022 plaats 217.
  • meerpersoonshuishouden met een huurwoning: plaats 252, in 2024 was dat 262, in 2023 plaats 266 en in 2022 plaats 284. 

Wat de plaatsen op de landelijke ranglijst worden in 2026, hangt naast de hoogte van de tarieven in Heiloo, mede af van de ontwikkelingen elders in Nederland.

Ontwikkeling tarieven
2023
2024
2025
NL gemiddeld 2025
OZB-woningen tarief
0,07275%
0,07550%
0,09090%
0,09240%
OZB-woningen gemiddeld
€ 423
€ 459
€ 566
€ 454
Afval (meerpersoonshuishouden)
€ 326
€ 347
€ 355
€ 364
Riool (huishouden)
€ 206
€ 217
€ 222
€ 235
Woonlasten (meerpersoonshuishouden)
€ 955
€ 1.023
€ 1.143
€ 1.053
Ranglijst (landelijk)
187
215
266
195
Gemeente
OZB (gemiddeld)
Afvalstoffen- heffing 1 persoons huishouden
Afvalstoffen- heffing meerpersoons huishouden
Rioolheffing
Bergen
€ 652
€ 264
€ 365
€ 219
Uitgeest
€ 633
€ 230
€ 354
€ 217
Castricum
€ 409
€ 236
€ 333
€ 224
Heiloo
€ 566
€ 219
€ 355
€ 222
Landelijk (gemiddeld)
€ 454
€ 279
€ 364
€ 235

Benchmark woonlasten Noord-Holland 2025

Terug naar navigatie - Paragraaf A: Lokale heffingen - Benchmark woonlasten Noord-Holland 2025

De benchmark beoogt door middel van vergelijking van de tarieven en de gemeentelijke woonlasten op provinciaal niveau, de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen. De benchmark vergelijkt binnen een provincie de hoogte van de gemeentelijke woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting. 

In de ‘benchmark woonlasten Noord-Holland 2025’ zijn 44 gemeenten betrokken. De gemeente op plaats 1 kent met € 846 de laagste gemiddelde woonlasten en de gemeente op plaats 44 de hoogste met € 2.117. De gemiddelde woonlasten in Noord-Holland bedragen € 1.086, het landelijke gemiddelde bedraagt € 1.053.

In de provinciale benchmark 2025 neemt Heiloo met gemiddelde woonlasten van € 1.143 voor een meerpersoonshuishouden de 30ste plaats in. In 2023 was dat met een lokale lastendruk van € 1.023 plaats 23. In de benchmark 2025 hieronder, is de positie van Heiloo met een pijl aangegeven.

Ontwikkeling woonlasten Heiloo

Terug naar navigatie - Paragraaf A: Lokale heffingen - Ontwikkeling woonlasten Heiloo

In het overzicht hieronder is de ontwikkeling van 2023 tot en met 2025 weergegeven van de belasting en de heffingen in Heiloo waarop de lokale lastendruk is gebaseerd. Tevens is daarbij per jaar de positie op de landelijke ranglijst vermeld voor de gemiddelde lokale lastendruk van een meerpersoonshuishouden met een koopwoning. Daarnaast zijn ter vergelijking voor 2025 ook de gemiddelde landelijke tarieven vermeld.

In de tabel hieronder zijn de belasting en de heffingen weergegeven waarop de lokale lastendruk is gebaseerd in de BUCH verband. De afvalstoffenheffing is samengesteld uit een vast en variabel deel waarbij de hoogte van de variabele heffing is gebaseerd op het door het CBS gepubliceerde gemiddelde gemeentelijke afvalaanbod.